Samen werken aan een betekenisvolle afronding van de MAP
Hoe weet je eigenlijk of iemand klaar is met de MAP? Is dat een presentatie? Een toets? Of misschien gewoon een goed gesprek over werk, kansen en plannen voor de toekomst? Binnen de IJmond werken gemeenten en uitvoerders al langer samen aan de afronding van de MAP. In de praktijk gebeurt dit in de vorm van een gesprek tussen MAP-begeleider van EdINOVA, cursist en inburgeringsconsulent van de gemeente. Die werkwijze wordt over het algemeen als prettig en passend ervaren. Tegelijkertijd is het goed om af en toe samen stil te staan bij de vraag: doen we dit nog steeds op de beste manier?
Met dat doel kwamen onlangs verschillende betrokkenen uit de IJmond samen. Beleidsmedewerkers inburgering, operationele inburgeringsconsulenten en MAP begeleiders zaten met elkaar aan tafel om de huidige werkwijze te evalueren en samen te kijken of er nog verbeteringen mogelijk zijn. Maar dit keer gebeurde er iets wat eigenlijk heel logisch is, maar nog lang niet overal vanzelfsprekend: ook cursisten schoven later bij het gesprek aan. Niet om naar plannen te luisteren, maar om mee te praten en mee te denken.
Eerst begrijpen wat er gebeurt in de klas
De middag begon met een presentatie over de inhoud van onze zelfontwikkelde MAP-training. Consulenten weten dat onze MAP bestaat uit acht lesdelen en dat de verschillende thema’s aan bod komen, maar hoe dit precies in de praktijk is ingericht was voor velen nog niet volledig bekend. Zo werd duidelijk dat wij de MAP, naast het Nederlands, binnen de Z-route ook aanbieden in Tigrinya, Farsi, Dari en Arabisch. Ook kregen de aanwezigen een inkijkje in de lesstof en de opbouw van het portfolio. Voor de consulenten gaf dit een helder beeld van wat er in de lessen gebeurt. Niet alleen de onderwerpen kwamen aan bod, zoals werk zoeken, solliciteren en de Nederlandse werkcultuur, maar ook hoe cursisten stap voor stap kennis opdoen over de arbeidsmarkt.
Niet praten over cursisten, maar mét cursisten
Na de presentatie splitste de groep zich op in kleinere tafels. Daar ontstonden gesprekken over de afronding van de MAP. Moet een cursist een presentatie geven om zijn kennis te tonen? Of past een andere vorm beter?
Aan deze tafels zaten ook cursisten uit zowel de B1-route als de Z-route. Zij vertelden open over hun ervaringen: wat zij geleerd hebben, wat zij lastig vinden en wat volgens hen een goede manier zou zijn om te laten zien wat zij hebben geleerd, kijkend naar hun eigen taalniveau. Deze gesprekken bleken misschien wel het meest waardevolle onderdeel van de middag. Want in plaats van over cursisten te praten, werd er nu met cursisten gesproken. En dat bevestigde onze vermoedens.
Van afronding naar betekenisvol gesprek
Uit de gesprekken kwam een duidelijke bevestiging naar voren: de huidige manier van afronden, via een kringgesprek met de consulent, sluit het beste aan bij hun situatie. De afronding moet namelijk niet voelen als een examen of iets stressvols. Het gaat immers niet om perfect Nederlands of een strak ingestudeerde presentatie, maar over de getoonde ontwikkeling tijdens de lessenreeks.
Het gaat erom dat iemand kan laten zien:
- dat hij of zij begrijpt hoe werk in Nederland werkt
- dat er nagedacht is over kansen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt
- dat iemand weet hoe hij aan het werk kan komen of hier hulp bij kan krijgen
Daarom wordt nu gezamenlijk gewerkt aan een document waarin de verwachtingen rondom de afronding duidelijk worden beschreven met voldoende ruimte voor maatwerk.
Samen blijven verbeteren
De bijeenkomst liet zien hoe waardevol het is om samen te blijven reflecteren op de praktijk. Door ervaringen van consulenten, docenten en cursisten samen te brengen ontstaat een aanpak die niet alleen duidelijk is, maar ook goed aansluit bij de mensen om wie het uiteindelijk gaat. Mensen die een plek zoeken op de Nederlandse arbeidsmarkt en die daar zelf vaak goed over hebben nagedacht.


