Geef ons één kans

Wanneer Fazil over zijn leven in Turkije vertelt, beginnen zijn ogen te glinsteren. Niet omdat het allemaal zo perfect was, anders vlucht je immers niet. Maar vanwege het sociale en werk gerelateerde aspect. In Turkije werkte hij jarenlang als officier

Wanneer Fazil over zijn leven in Turkije vertelt, beginnen zijn ogen te glinsteren. Niet omdat het allemaal zo perfect was, anders vlucht je immers niet. Maar vanwege het sociale en werk gerelateerde aspect. In Turkije werkte hij jarenlang als officier van justitie en later als strafrechter. Werk met verantwoordelijkheid, structuur en betekenis. Sociale contacten had hij in overvloed en bijna elke dag na werk ging hij er wel op uit. In Nederland begon hij helemaal opnieuw. Zonder taal, zonder netwerk, zonder herkenning.

“Toen ik hier kwam, kon ik niks in het Nederlands. Nul.”

Die nul staat niet alleen voor taal, maar voor een hele levensfase. In het AZC had hij tijd, maar geen richting. Er waren geen taallessen, weinig gesprekken en weinig zicht op de toekomst. Het enige lichtpuntje was zijn taalmaatje waar hij veel kracht uit kon halen en die voor hem door de jaren is uitgegroeid tot familie.
De eerste stappen: begrijpen hoe het werkt
Toen hij uiteindelijk een woning kreeg in Velsen, begon er een nieuwe fase, maar daarmee ook nieuwe spanningen. Alles wat voor veel Nederlanders vanzelfsprekend is, werd voor hem een Nederlandse puzzel van instanties en regels: contracten, verzekeringen, formulieren, online portals, brieven. “Het systeem is anders. De taal is anders. Ik begreep het niet.” In die eerste maanden werd hij daarom gekoppeld aan INOVA, dat in de IJmond ingezet wordt om nieuwkomers wegwijs te maken in wonen, geldzaken, zorg, school en werk, en om praktische zaken samen te regelen. Van verzekeringen tot bankzaken.  Fazil benoemt het precies zoals je het hoopt dat begeleiding werkt: niet door dingen over te nemen, maar door het uit te leggen en toekomstige hulplocaties te introduceren. Die nuance is belangrijk, want daar begint zelfstandigheid.

Taal als sleutel, niet als vak

Parallel daaraan begon hij bij EdINOVA. Na twintig jaar zat hij weer in een klaslokaal. Dat alleen al voelde vreemd.

“Als de docent mij iets vroeg, kon ik geen antwoord geven.”

Niet omdat hij niet wilde, maar omdat zijn woordenschat nog te beperkt was. Dat maakt klein. Alle communicatie hoort dan ineens bij dingen die je vroeger moeiteloos deed, maar nu niet meer kan. Toch kijkt hij met warme gevoelens terug op deze eerste fase. Hechte klassen met gelijkgestemde, docenten met zeeën aan geduld waardoor je fouten durft te maken.

Het kantelpunt kwam voor Fazil rond A2. “Rond A2-niveau dacht ik: oké, ik kan praten. Ik kan contact maken.” Vanaf dat moment werd Nederlands minder iets wat hij “volgde”, en meer iets wat hij “gebruikte”. Hij vertelt hoe hij in het begin letterlijk met Google Translate in zijn hand stond, klaar om één zin te produceren in de supermarkt. En hoe hij daarna steeds vaker zonder probeerde te oefenen. Want, zegt hij, “Mijn docent zei altijd: Nederlands is overal. Op straat, in de winkel, op de markt en daar leer je het meest.” Als je het alleen in de les laat bestaan, blijft het klein zegt Fazil. Maar als je het meeneemt naar buiten, wordt het een sleutel naar meer.

Eenzaamheid en opnieuw opbouwen

Voor Gözde, de vrouw van Fazil, begon dat proces later. Zij kwam via gezinshereniging naar Nederland en kende hier niemand. Haar leven in Turkije zat ook vol sociaal en vol contact, maar in Nederland viel dat allemaal weg. Ze zat nog meer net in de klas toen ze in een zwart gat viel: Onzekerheid neemt de overhand, je wereld krimpt en zelfs voor de simpelste taken heb je hulp nodig.

“Ik was een eenzame sociale vrouw die niet in staat was te praten.”

Taal bleek meer dan communicatie. Het bepaalt hoe groot je wereld is. Zonder taal wordt die wereld klein. Met taal groeit die weer, stap voor stap. Via onze taallessen begon ze opnieuw te bouwen: stap voor stap, woord voor woord.

Van leren naar meedoen

Binnen hun traject werd de MAP een belangrijk kantelpunt. Hier kwam praktijk en toekomst samen. Geen theorie over werk, maar echt ervaren hoe het hier werkt. Beiden liepen stage bij Bibliotheek Velsen. Een plek waar taal, contact en een gevoel van saamhorigheid voor hun samenkwam. Hier werd zichtbaar wat ze konden en groeide hun vertrouwen weer. Voor Fazil bracht de MAP daarnaast een diploma waardering en een verbinding met UAF. Deze stappen hebben hem geen windeieren geleverd, via de link met UAF volgt hij, na zijn taallessen bij ons op B2-niveau, nu extra taallessen op de Universiteit van Amsterdam op C1-niveau. Dit als voorbereiding op een opleiding rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Een studie niet normaal vier jaar duurt, kan hij in twee jaar afronden vanwege zijn diploma waardering. Tegelijk blijft Fazil realistisch. Studeren kost tijd. Daarom heeft hij zijn taxipas behaald, zodat hij werk en toekomst kan combineren. “Een advies dat ik van EdINOVA heb opgevolgd,” zegt hij met een glimlach.

Vallen en opnieuw proberen

Voor Gözde liep het pad anders, maar net zo betekenisvol. Via de MAP kwam ze in contact met Op Stoom. Een leerwerktraject op een buitenschoolse opvang leek binnen handbereik, maar na twee maanden stopte het. Haar taalniveau was nog onvoldoende. “Ik was verdrietig.” Toch bleef ze doorgaan. Met extra begeleiding en taalhulp probeerde ze het een halfjaar later opnieuw. Nu werkt ze vier dagen per week in de buitenschoolse opvang. “Ik ben blij. Ik vind het leuk om met kinderen te werken.”

De kracht van begeleiding

Wat in hun verhaal over hun inburgering steeds terugkomt, is niet “taal” of “maatschappelijke begeleiding”, maar de menselijke keten ertussenin: trajectbegeleiders die meedenken, docenten die verder kijken dan het lesboek, begeleiding die ook gaat over wat er gebeurt als het even níet gaat. Gözde staat stil bij een periode waarin ze het mentaal zwaar had en dreigde vast te lopen. Ze benoemde het bij haar trajectbegeleider en er volgde een gesprek waarvan ze de openingszin van haar begeleider nog goed weet: “Wat heb nu nodig Gözde?”. Deze mate van betrokkenheid en menselijke maat is een hele sterke kracht geeft Gözde aan. “We hebben vervolgens samen met de gemeente een oplossing gevonden,” vertellen ze. En zulke ervaringen maken dat Fazil en Gözde, zelfs nu zij veel minder afhankelijk zijn, nog steeds zeggen: “Als wij problemen hebben, zouden we eerst onze oude begeleiders om advies vragen. Ons vertrouwen in hun is groot.”

De paradox van de arbeidsmarkt

En toch, ondanks al die mooie stappen, blijft er iets wringen. Fazil solliciteert. Hij wil werken, bijdragen en groeien. Maar hij loopt telkens tegen dezelfde muur aan. Te hoog opgeleid voor eenvoudig werk. Niet “Nederlands genoeg” voor werk op zijn niveau.

“Ze zeggen: je bent te hoog geschoold. Maar dat was in Turkije. In Nederland wil ik gewoon beginnen en leren.”

Zijn frustratie klinkt niet bitter, maar logisch. Je kunt geen werkervaring krijgen als niemand je die kans geeft. Wat mensen als Fazil vragen, is niet groot. Geen voorkeursbehandeling, geen medelijden. Zij vragen geduld en een kans.