De Duintuin

Op De Duintuin gaat het anders. Geen haast, geen druk, geen functie-eisen. Gewoon mensen die buiten werken, met hun handen in de aarde. Wanneer je rondloopt op de tuin, zie je het meteen: hier draait het niet alleen om werk,

Op De Duintuin gaat het anders. Geen haast, geen druk, geen functie-eisen. Gewoon mensen die buiten werken, met hun handen in de aarde. Wanneer je rondloopt op de tuin, zie je het meteen: hier draait het niet alleen om werk, maar vooral om meedoen en de mensen. Om mensen die normaal buiten de boot vallen toch een plek te bieden, op een manier die past bij wie ze zijn en wat ze aankunnen.

Voor Jaap Koning was dat precies de reden om hier te beginnen. Na 45 jaar in de GGZ, waar de druk en complexiteit steeds verder opliepen, kwam hij op een plek waar het weer om iets anders ging. Minder systemen, minder administratie, minder afstand en juist meer aandacht voor de mens zelf.

Beginnen waar iemand staat

De Duintuin is van oorsprong een plek voor mensen die in de reguliere maatschappij niet altijd mee kunnen komen. Mensen met psychische klachten, een verstandelijke beperking of simpelweg mensen die vastgelopen zijn. Een plek waar dagbesteding, herstel en ontwikkeling samenkomen en waar ruimte is om in eigen tempo weer iets op te bouwen.

Maar de afgelopen jaren is die rol breder geworden. Sinds enige tijd biedt De Duintuin ook plek aan nieuwkomers. Vooral mensen uit de Z-route vinden hier hun weg. Een route waarin de nadruk niet ligt op snelheid of taalniveau, maar op zelfredzaamheid. En juist daarom past deze plek zo goed. Want op De Duintuin zie je een groep mensen die misschien op papier “achterloopt”, maar in de praktijk vooral wil meedoen. Bij nieuwkomers zit de uitdaging vaak in de taal, maar aan motivatie ontbreekt het ook bij hen niet.

Meedoen vóór begrijpen

De taal is vaak nog beperkt. Dat merk je in het contact. Gesprekken gaan met handen en voeten, met korte zinnen en veel herhaling. Maar juist op De Duintuin blijkt dat geen obstakel, maar een vertrekpunt. Terwijl de taal zich langzaam ontwikkelt, gebeurt er ondertussen iets anders dat misschien nog wel belangrijker is. Mensen komen opdagen. Ze krijgen ritme in hun week. Ze raken gewend aan samenwerken, aan afspraken en aan het gevoel dat ze ergens verwacht worden. Wat begint als simpel meedoen, groeit langzaam uit tot ergens bij horen.

En dat zie je terug in kleine, maar veelzeggende momenten. Een cursist die zich ziek meldt. Voor veel mensen iets vanzelfsprekends, maar voor iemand in de Z-route een duidelijke stap. Waar iemand eerst misschien gewoon weg zou blijven, pakt diegene nu de telefoon. Hij laat iets van zich horen. Hij neemt verantwoordelijkheid. Dat is ontwikkeling die je niet uit een lesboek haalt, maar die ontstaat in de praktijk.

Een plek die meer ziet dan werk

Op De Duintuin wordt niet alleen gewerkt, er wordt ook gekeken. Naar hoe iemand binnenkomt, hoe iemand zich voelt en wat er verandert. Juist doordat mensen hier dagelijks samen werken, ontstaat er zicht op wat er speelt. “Je hebt toch een soort antenne,” zegt Jaap. “Je ziet hoe iemand binnenkomt, hoe iemand zich voelt.”

Daarmee vervult De Duintuin een bredere rol dan alleen dagbesteding. Het is ook een plek waar signalen worden opgepikt en gedeeld. Met EdINOVA, met de gemeente of met andere betrokken partijen. Die korte lijnen zorgen ervoor dat er snel geschakeld kan worden wanneer dat nodig is. En dat maakt deze plek niet alleen waardevol voor de mensen die hier werken, maar ook voor het netwerk eromheen.

De samenwerking tussen EdINOVA en De Duintuin is dan ook ontstaan vanuit een gedeelde overtuiging: mensen ontwikkelen zich door mee te doen. Wij beiden wachten niet tot iemand “klaar” is, maar beginnen.

Voor onze cursisten betekend dat dat de Duintuin een plek is waar participatie aansluit bij hun niveau. Waar ze niet overvraagd worden, maar wel stappen zetten. Waar ze zich veilig voelen, worden opgemerkt en tegelijkertijd kunnen groeien. Voor De Duintuin betekent het gemotiveerde mensen die willen bijdragen. Mensen die meewerken op de tuin, waar dagelijks echt werk wordt verricht: planten, oogsten, verwerken en verkopen.

“Ze helpen gewoon mee,” zegt Jaap. “En dat levert ons ook gewoon wat op.”

Wat deze samenwerking bijzonder maakt, is dat het niet stopt bij begeleiden. Cursisten groeien door naar een rol waarin ze zelf anderen helpen. Zo is er Borhan, die inmiddels zo vertrouwd is op de werkvloer dat hij nieuwe nieuwkomers begeleidt. Hij laat hen het werk zien, legt uit wat er moet gebeuren en doet dat in het Arabisch wanneer dat helpt. Waar hij eerst zelf zoekende was, is hij nu een schakel geworden voor anderen.

Waar kansen blijven liggen

En toch is dit niet vanzelfsprekend. Want terwijl we als maatschappij spreken over personeelstekorten en krapte op de arbeidsmarkt, zien Jaap en wij iets anders. “We praten over tekorten, maar laten kansen liggen.” Het probleem zit vaak niet in de mensen, maar in de twijfel van werkgevers. Twijfel over taal, over begeleiding, over tijd. “Ik denk dat werkgevers denken: dat kost me te veel tijd.” Maar de praktijk laat iets anders zien. Ja, het vraagt in het begin aandacht. Uitleg. Geduld. Maar dat is niet anders dan bij elke nieuwe medewerker. En wanneer iemand eenmaal zijn plek vindt, ontstaan er mogelijkheden.

“Als iemand het werk kent, kan hij het weer aan een ander uitleggen.”